Hieronder een lijst met schapenrassen die we op dit moment hebben. De foto's zijn allemaal van onze eigen schapen.

 

Barbados Blackbelly

 
Barbados Blackbelly schaap

De oorsprong ligt waarschijnlijk op het Caribische eiland Barbados. Door de kolonisatie van Barbados door Engeland in 1627 is dit ras verspreid en zijn wereldwijd kruisingen ontstaan. Opvallend is de grootschalige verkoop naar West-Indië en Europa, waar ze als delicatesse werden gezien. 

 

De Barbados Blackbelly schapen kenmerken zich vanwege hun reebruine, harige vacht die in de winterdag een wollige deken wordt. De dieren zijn "black and tan", d.w.z. een zwarte bril om de ogen, een zwarte kin en de buik en onderste deel van de poten zijn zwart. De rammen zijn hoornloos en hebben manen op de hals. Vaak worden ze onterecht voor geiten aangezien.

Dit ras is makkelijk te verzorgen, aangezien ze niet geschoren hoeven te worden en myasis-ongevoelig zijn.

In Nederland komen raszuivere Barbados Blackbelly schapen niet veel voor en worden met name hobbymatig gehouden. 

 

 

Barbados Blackbelly schaap

 

 

 

Brilschaap

 
Brilschaap

In de Alpen is al eeuwenlang gefokt op een sterk bergschaap, in verschillende kleuren, dat de mens kon voorzien van voldoende vlees en wol. In 1921 werden maatregelen voor verbetering van de Oostenrijkse schapenfokkerij afgekondigd en kwam er een beschrijving voor de verschillende bergrassen. Sindsdien is het Kärtner Brilschaap officieel brildragend en werd de tekening een raskenmerk.  

Het ras ontwikkelde zich tot een geliefd vleesschaap, met een uitstekende vruchtbaarheid en niet veeleisend. Tot de Tweede Wereldoorlog, toen het schaap bijna is uitgestorven. Enkele fokkers hebben het ras teruggefokt tot een stabiel aantal. 

Het Kärtner Brilschaap is wit van kleur, het onderste gedeelte van de oren is zwart en rond de ogen bevinden zich karakteristieke zwarte vlekken: de bril. Het is een groot schaap, is vroegrijp en is door hun speciale vacht goed te houden in regenachtige berggebieden.  Brilschaap

Hebridean

 
Hebridean schaap De Hebridean, ook wel St. Kilda-schaap, komt van de Schotse Hooglanden en Western Islands (Hebrideneilanden). Eeuwenlang leefde dit ras, dat door Vikingen is achtergelaten, half-gedomesticeerd. Rond de 18e eeuw werd dit ras door de economisch interessantere Scottish Blackface vervangen. De Hebridean raakte volledig verdrongen in Schotland en overleefde alleen op enkele Hebrideneilanden. Men verloor het ras zodanig uit het oog dat men in de eerste helft van de 20ste eeuw veronderstelde dat het van de St.Kilda eilanden afkomstig was, vandaar de moderne naam. 

De Hebridean is een kleiner, zwart schaap waarbij zowel de rammen als ooien 2 tot zelfs 6 horens hebben. Hun dieet bestaat o.a. uit grassen, kruiden, bladeren, boomschors. Omdat ze een natuurlijke trek hebben, kan dit ras goed worden ingezet voor begrazingsprojecten.

De Hebridean laat zich doorgaans slecht benaderen. Ze lammeren zelfstandig af en ooien zijn zeer goede moeders. Hun vlees is exceptioneel en bevat weinig cholesterol. 

Hebridean schaap

 

 

 

Gekleurde Ryeland

 
Gekleurde Ryeland De Ryeland is ruim 800 jaar geleden ontstaan toen de monniken in Herfordshire witte schapen gingen fokken en ze na de oogst lieten grazen op de roggevelden, rye betekent rogge. Door kruisingen in het verleden, 200 tot 300 jaar geleden, met de Leicester om de Ryeland wat groter te krijgen (meer vlees) is er zwart in het Ryelandras gefokt. In Engeland werd dit lange tijd gezien als een ‘bedrijfsfout’. In 1989 werd besloten dat de gekleurde Ryeland als gekleurd geregistreerd zal worden.

De Gekleurde Ryeland is een hoornloos schaap met donkergekleurde wol. De wol is van zeer goede kwaliteit.

Het karakter van dit schaap is rustig, vriendelijk, verdraagzaam en meegaand. Door haar wollige uiterlijk en aanhankelijke karakter wordt de Ryeland wel de ‘teddybeer’ onder de schapen genoemd
Gekleurde Ryeland

 

 

 

Karakul

 
Karakul

Het Karakulschaap is afkomstig uit Centraal Azië, het Afghaans grensgebied. Het is het oudste ras ter wereld en valt onder de vetstaatschapen. Het ras is ontstaan in een steppengebied met een landklimaat, gekenmerkt door droogte, koude winters en warme zomers. Door de eeuwen heen heeft zich een sober schaap ontwikkeld dat gedurende het voorjaar en de zomer zijn vetreserves op ging slaan in de staart om daar in de winter op de teren. 

De Karakul is een middelgroot schaap met lange smalle kop met ramsneus, hangoren en sprekende ogen. Meest voorkomende kleur is zwart dat in de loop der jaren vergrijst. De ooien zijn ongehoord terwijl de rammen zowel gehoord als ongehoord kunnen zijn. Typerend voor dit ras is de vetstaart die wel 9 kg kan wegen.

Karakuls zijn nieuwsgierig, beweeglijk en op mensen gericht.

In Europa zijn maar enkele Karakuls te vinden.

Karakul

 

 

 

Manx Loaghtan

 

Manx Loaghtan

Manx Loaghtan is een schapenras afkomstig van The Isle of Man in de Ierse See en betekent ‘bruin schaap van the Isle of Man’ in het Gaelic. Vermoed wordt dat de dieren afstammen van de schapen die Scandinaviërs in de vroege middeleeuwen op hun tochten meenamen als proviand. Dit ras is primitief en heeft de verbeteringen door fokken niet meegemaakt en het ziet er nog bijna net zo uit ziet als in de ijzertijd (± 2500 jaar geleden).

Aan het begin van de jaren ’70 was dit dier bijna uitgestorven. Inmiddels zijn er weer zo’n 1500 ooien, maar het blijft een bedreigd ras. 

De Manx Loaghtan is een klein en relatief wild schaap. De dieren zijn sierlijk en laatrijp. Volwassen ooien wegen gemiddeld ongeveer 40 kg. De vacht van de dieren moet gelijkmatig bruin zijn. De wol is dicht en zacht en verkleurt tot lichtbruin in de zon. Zowel rammen als ooien hebben hoorns, rammen soms zelfs 4 en er zijn uitzonderingen bekend van rammen met wel 6 hoorns.

Manx Loaghtan

 

 

 

Mergellander 

 
Mergellander

De Mergellander vindt zijn oorsprong op de kalkrijke mergellandgronden in Zuid-Limburg en België. Kuddes begraasden de voor landbouw moeilijk bereikbare en schrale gebieden. De schapen werden voornamelijk gehouden voor de mest, opgespaard in een potstal. Maar ook wol en vlees waren van belang. Na de introductie van kunstmest, terugdringen van woeste gronden en vleesproductievere schapenrassen, werden de Mergellanders verdrongen en is het bijna uitgestorven. Dankzij inspanningen van enkele liefhebbers is het ras terug gefokt. 

Het is een groot en ongehoornd schaap. De kop is lang en slank, wigvormig en gevlekt. Het neusbeen is gebogen. De romp is lang en smal. De poten zijn gevlekt. De staart is grof bewold en erg lang. Verder kenmerkt de Mergellander zich door geringe ziektegevoeligheid, probleemloze geboorten, en een relatief hoge vruchtbaarheid.

Mergellander

 

 

 

Ned. Bonte Schaap

 
Ned. Bonte Schaap

Hoewel de afkomst van dit jonge ras niet geheel bekend is, wordt aangenomen dat het een mengelmoesje betreft van verschillende rassen o.a. bonte Heideschapen en Texelaars. Schapen met dit bonte voorkomen komen al vele decennia voor in het Veenweide gebied, gehouden door boeren zonder omschreven fokdoel. Pas in 2005 is er een vereniging opgericht en bestaat er een gericht fokdoel dat kortweg gericht is op een gemakkelijk te houden schaap met een goede productie aan lammeren en vlees. Een ooi werpt jaarlijks gemiddeld 2 lammeren en brengt deze probleemloos groot. 

De kleur kenmerkt zich door de vele bonte vlekken, afwisselend ivoorwit en bruinzwart. Soms zijn de vlekken talrijk en klein, soms zijn het slechts  grote platen.
De kwaliteit van de wol is goed. Met name voor liefhebbers van vachtvilten zijn deze vachten gewild vanwege het grillige bontpatroon. 

Ned. Bonte Schaap

 

 

 

Poll Dorset

 
Poll Dorset

De Poll Dorset (Poll betekend ongehoornd) is afkomstig van de Dorset Horn die afkomstig is uit het Graafschap Dorset in Zuid-Engeland. De Dorset Horn werd in Australië gebruikt vanwege de goede eigenschappen van het ras. De horens van de Dorset Horn kwamen echter vast te zitten in de afrasteringen. Daarom is men rond 1937 selectief gaan kruisen en selecteren en is de Poll Dorset ontstaan.

Door de ongebonden bronst, een uniek kenmerk van dit ras, kunnen de ooien 3 maal in 2 jaar tijd lammeren. De Poll Dorset is een rustig en aanhankelijk schaap, middelgroot, gespierd en heeft een lang voorkomen. 

De Poll Dorset is het populairste vleesschaap in Australië, Nieuw-Zeeland en Noord-Amerika.

Ondanks de aantrekkelijke specifieke kenmerken van dit ras komt de Poll Dorset niet heel veel voor in Nederland. 

Poll Dorset

 

 

 

Schoonebeeker 
                   Heideschaap

 
Schoonebeeker Heideschaap

De Schoonebeeker komt uit Drenthe en werd op iets rijkere gronden gehouden voor vlees, wol en vooral mest. Toen de heidevelden ontwikkelden tot akkers, werden Schoonebeekers vervangen door meer productieve rassen. Rond 1970 waren slechts enkele tientallen Schoonebeekers over. Inmiddels zijn er weer ong. 1000 Schoonebeeker Heideschapen.

Het Schoonebeeker Heideschaap valt bijzonder op met haar forse grootte, typische Romeinse neus, harige vacht en hoogbenigheid. Het is het zeldzaamste Nederlandse schapenras. Ze komen in bijna alle kleurslagen voor, maar bont is het meest voorkomend.

De lange wol is ideaal om te vilten.

Tegenwoordig worden ze in diverse kuddes ingezet om de heide te onderhouden, door hun selectieve graasgedrag gaan ze boomopslag tegen. Door de grootte is de vleesopbrengst nog behoorlijk. Culinaire kenners prijzen het vlees om zijn (wildachtige) smaak. 

Schoonebeeker Heideschaap

 

 

 

Veluws Heideschaap

 
Veluws Heideschaap

Het Veluws Heideschaap heeft de Veluwe als oorsprong. Ze werden gehouden in kuddes van gemiddeld 70-100 ooien. De lammeren werden afgemest op rijkere gronden en voor de slacht verkocht naar oa Londen en Parijs. In 1910 waren er nog 10.000 ooien. Door de ontwikkeling van kunstmest, werd de mest van schapen overbodig. Rond 1960 was het ras vrijwel uitgestorven. De aandacht voor biodiversiteit heeft voor de opbloei van het ras gezorgd en inmiddels zijn er zo’n 1200 ooien. Ze dienen voor begrazing van natuurterreinen en om boomopslag tegen te gaan. 

Het Veluws Heideschaap is een groot, lang en hoogbenig schaap. Ze zijn wit van kleur. Op de poten en kop komt soms een bruin of zwart vlekje voor. De wol is langharig en vrij grof.

De ooi werpt gemiddels 1 lam per jaar. 

Veluws Heideschaap